Beatrice Oosterhoff

Dagboek van een kandidaat raadslid

Nog maar even. De verkiezingsperiode is bijna voorbij. Maar ik ben in de achtergrond gebleven. Ik heb geen politieke campagne gevoerd, zoals ik beloofd had.

Maar waar heb ik mij de laatste tijd dan wel mee bezig gehouden? Niet met de politiek, wel met informatievoorziening en met de praktijk. Want alles wat ik doe draait om mijn hoofdpunt: we moeten samen voor ons eigen eten zorgen. Door ontwikkelingen in de wereld en in ons eigen land zijn we onze voedselonafhankelijkheid bijna helemaal kwijtgeraakt. Maar het is niet te laat om hier iets aan te doen. Politieke partijen en burgers, organisaties en bedrijven, scholen en buurten: iedereen kan hier een rol inspelen. Maar hoe? In dit overzicht zet ik op een rijtje waar ik als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen mee bezig ben: voedselvoorziening organiseren op verschillende niveaus.

Moestuinieren voor Dummies: voor individueel moestuinieren

Niet iedereen wil aan de slag met een moestuin. In mijn gesprekken met mensen van verschillende achtergronden ontdekte ik dat de belangrijkste drempels hiervoor zijn:

Daarom heb ik een systeem bedacht waar iedereen mee uit de voeten kan. Een oplossing voor elk probleem. Moestuinieren zonder zwaar spitwerk, met eenvoudige basiskennis. Ik noem het Moestuinieren voor Dummies. Het is geschikt voor mensen die zelfstandig willen beginnen zonder zich al te veel in te hoeven spannen. Deze manier van moestuinieren is gebaseerd op het principe dat je de natuur het werk voor je laat doen. Het mag ook geen geld kosten. Een uitgekiend systeem voor de tuinier met een kleine beurs en weinig tijd. Neem contact met me op en ik leg uit hoe het werkt. Of kom kijken op de Rusthoflaan in Bad Nieuweschans waar we zijn begonnen om braakliggende grond weer productief te maken zonder dat we hoeven te spitten, wieden of zwaar kruien.

Buurtvoedseltuinen: losjes naast elkaar en samen moestuinieren

Een volks- of moestuin kan zoveel meer functies hebben dan alleen maar voedsel uit de grond krijgen. Zo’n tuin kan ook een plek worden waar mensen elkaar ontmoeten, waar een kopje koffie uit een thermoskan geschonken kan worden, waar gelachen en gespeeld wordt en waar de zorgen van alledag even vergeten kunnen worden. Welzijn en verbinding, een prettige focus voor de buurt.

Daarvoor heb ik verschillende elementen van een moestuin, een volkstuin en een voedseltuin gecombineerd totdat er iets nieuws ontstond: de buurtvoedseltuin.

Een buurtvoedseltuin is een perceel waar losse stukken grond verhuurd kunnen worden aan tuiniers. Dat kan een stuk particuliere grond zijn of grond van een bedrijf of van de gemeente. Delen van het perceel worden gereserveerd voor een natuurspeeltuin waar kinderen met natuurmaterialen kunnen bouwen en spelen: wilgentenen, hout, boomstammen en meer. Verder worden er laagdrempelige activiteiten georganiseerd: kleien met echte kleigrond, vlechten met wilgentenen, stekjesdag, zaadbommetjes maken en picknicken – als het maar geen geld kost, en als het mensen maar samen brengt.

Een nieuw aspect van buurtvoedseltuinen is de zelfstandigheid. Er wordt niet met subsidies gewerkt, en geen vereniging met bestuur opgericht. Tuiniers doen gewoon hun eigen ding. Kinderen spelen in de natuurspeeltuin. Buren ontmoeten elkaar bij de picknicktafel voor een kopje koffie met zelfgebakken koekjes, en ’s avonds zit een groepje bij één van de omwonenden thuis om een activiteit te plannen. Alles gaat zijn gangetje, maar wel onder het toeziend oog van een vrijwillige coördinator die aangesteld is door de eigenaar van de grond.

Delen is het laatste belangrijke onderdeel: tuinders geven minstens 10% van de oogst aan de buurt. Deze wordt gratis verloot. Elk huisadres staat voor één lot. Wanneer een huisadres een oogsttas heeft gewonnen, krijgt deze bericht om het zelf gratis af te halen. Wordt niet tijdig gereageerd, dan wordt opnieuw een lot getrokken. Zo hoeven er geen persoonlijke gegevens verwerkt geworden en hoeft niemands financiële situaties beoordeeld te worden. Iedereen is gelijk.

Vrijwilligers kunnen voor hun buurtvoedseltuin een eenvoudige papieren nieuwsbrief maken, of een WhatsApp groep of  Facebook pagina opzetten. Eventueel in samenwerking met andere buurtvoedseltuinen.

De eerste buurtvoedseltuin met bijbehorende nieuwsbrief, WhatsApp groep en activiteiten is Nieuweschans al van start gegaan, en er is groen licht om binnenkort ook in Beerta te beginnen.

De Volkstuinvereniging Oldambt

Dit is niet zomaar een volkstuinvereniging, maar eentje die door de gemeente zelf is opgericht om alle losse en ongebruikte stukjes grond in Oldambt te beheren en aan de man te brengen met maar één doel: iets eetbaars uit de grond halen. In welke vorm dan ook. Spotgoedkope betaalbare grond om te huren, weliswaar vaak zonder voorzieningen maar met een breed scala aan mogelijkheden. Alles mag, als je het maar kunt eten en als er maar geen gif gebruikt wordt. Ik werk nauw samen met deze groep bevlogen vrijwilligers, en doe mijn best om ook hier een steentje bij te dragen zodat meer mensen een schop in de grond kunnen zetten.

De Voedselkrant

En dan is er de gratis Voedselkrant: een kleurrijk gratis magazine met tips over moestuinieren, oogsten, verwerken en bewaren van groente, fruit en graan. Eetbaar onkruid en recepten komen ook aan bod. Door de verkiezingen hebben we de Voedselkrant even op een laag pitje gehad, maar na de verkiezingen gaan we de volgende editie zo snel mogelijk publiceren, met bijbehorende website om hem gratis te kunnen downloaden. Afhaalpunten worden nog geregeld.

Laten zien wat mogelijk is

Ik heb de afgelopen weken, maanden en jaren met veel mensen gepraat om een beter beeld te krijgen van onze voedselsituatie, en wat de drempels zijn om hier verbetering in aan te brengen. Ik ben nu bezig om dit samen te vatten voor een serie programma’s, hopelijk op een regionale TV zender. Maar ik ben bezig om er ook zelf werk van te maken. De eerste opnames worden al verwerkt, en worden vervolgd door meer korte programma’s om mensen op de been te krijgen en te laten zien wat allemaal mogelijk is.

Een grotere aanpak via de gemeenteraad?

De gemeente kan een heel belangrijke rol in onze voedselsituatie spelen door ruimte te scheppen voor iedereen die bereid is om de schouders eronder te zetten: boeren, ondernemers, grondeigenaren, scholen en organisaties: iedereen loopt op een gegeven moment wel tegen regeltjes, wetten en vergunningen aan wanneer ze voedsel willen produceren, verwerken of te koop aanbieden. Daar moet versoepeling in komen. Boeren moeten makkelijker een boerenwinkel kunnen opstarten, grond moet beter ingezet worden voor onze eigen voedselvoorziening en kennis en promotie kan door de gemeente op veel grotere schaal verzorgd worden. Een marktkraam moet makkelijk haalbaar zijn voor kleine en lokale voedselproducenten. Bereikbaarheid en gelegenheid, economische stimulans en lokale identiteit – ga zo maar door. Er zou zeker vanuit de gemeenteraad veel werk verzet kunnen worden, en het mooie van lokale voedselvoorziening en het stimuleren van onze economie is dat het zo snel kan. Er zijn voorbeelden genoeg uit onze geschiedenis.

Daarom ben ik bereid om als het nodig is vanuit de gemeenteraad mensen en middelen in te zetten om een aantal belangrijke stappen voor de voedselvoorziening in Oldambt te nemen. Hoewel ik mij in eerste instantie verkiesbaar heb gesteld om aandacht te vragen voor de urgentie voor onze hachelijke voedselzekerheid, zal ik mij ook voor de volle 100% inzetten mochten de kiezers mij een zetel gunnen.

Nieuwsgierig geworden? Ik geef daar graag een thema avond of een presentatie over. Neem maar contact met me op, en ik leg het wel uit in een huiskamergroep, een zaaltje of zelfs buiten bij mooi weer.

Een braakliggend stuk grond in Bad Nieuweschans. Een rustig buurtje, eenvoudige huizen erom heen, een buurvrouw laadt een tas met boodschappen uit de auto en brengt het naar binnen. Een hond wordt op het veldje uitgelaten. Verder is er rust. Het groene veldje ligt te slapen en is niet productief.

Habbekrats

Ik sta midden op het perceel en kijk rond. De gemeente heeft het net gemaaid, en de flauwe contouren van een oude volkstuin zijn zichtbaar geworden. Ik heb deze grond voor een habbekrats gehuurd van de Volkstuinvereniging Oldambt waar ik een tijdje secretaris ben geweest. Vandaar dat ik er van af wist. Niemand wou hier iets mee. Te klein voor een commerciële voedseltuin. Geen voorzieningen. Alleen maar rust. De grote boze wereld is hier op een veilige afstand, maar ik voel de urgentie. Want die boze wereld gaan we wel voelen, echter tegen de tijd dat iedereen door heeft is dat ons eten te duur en te schaars wordt, is het te laat om maar even binnen een paar dagen een moestuin aan te leggen. Dat moet nu.

Ik kijk naar de huizen om me heen. Hoeveel mensen zijn hier afhankelijk van een bescheiden pensioentje? Wie zit thuis vanwege gezondheidsproblemen? Wie heeft last van stress en psychische belasting? Waar zijn de kinderen? Allemaal mensen die behoefte hebben aan gezond eten, genieten, een praatje met elkaar maken, ontstressen.

Deze grond is van deze mensen. Maar ze beseffen nog niet wat voor een juweeltje ze er van kunnen maken. Dus ik stroop mijn mouwen op en ga aan de slag.

Paaltjes slaan, vlasstro en varkensmest

Manlief en ik slaan een paar paaltjes zodat er een paar akkertjes ontstaan. We kopen een paar balen vlasstro en spreiden dit uit over één akkertje. Laat maar lekker liggen, het vlasstro zorgt dat al het gras en onkruid verdwijnt. Het neemt ongelooflijk veel vocht op (daarom wordt vlasstro ook in stallen gebruikt) en geeft een beetje structuur aan de dikke klei.

Het tweede akkertje krijgt een bult biologische oude varkensmest. Van Rinus en Tinus, de twee luie varkens van een buurman die alleen maar kunnen eten en poepen en verder niks, schijnt het. De varkens, bedoel ik. Met dank aan Rinus en Tinus gaan we nu ook deze grond tot leven brengen.

De buurt wordt nieuwsgierig

Nu worden mensen nieuwsgierig: wat gebeurt hier? Dat is voor mij het startschot om een A4-tje door alle brievenbussen te gooien: hier komt jullie voedseltuin. Wie doet mee? Wat wil je graag zien? Welke groente, willen jullie ook een vlindertuin? Bessenstruiken? Een zitje of een picknicktafel? Wil je voor jezelf een stukje grond, of samen met iemand anders, of met de hele buurt?

De eerste aanmeldingen voor een moestuin

Binnen een paar uur komt de eerste aanmelding: een ex-hovenier die graag een moestuin voor zichzelf wil beginnen. Dan volgt de tweede moestuinier. Nog meer paaltjes gaan de grond in. Daarna stelt iemand voor: laten we een wilgentent maken, van wilgentenen gemaakt, voor en door kinderen. Twee jongedames staan intussen te popelen van ongeduld: wanneer gaan we beginnen? Dan blijkt dat er ergens een tweedehands Pipowagen beschikbaar is.

Eerste schapen over de dam

Zo eenvoudig kan het dus zijn om een buurtvoedseltuin op te starten. Ik wil wel het eerste schaap over de dam zijn: paaltjes slaan en vlasstro spreiden. Zelfs ik kan dat met mijn krakkemikkerige lijf. Nieuwsgierige aagjes komen vanzelf kijken: wat doet u? Gevolgd door de informatie en uitnodiging in de brievenbussen.

Waarom doe ik dit? Waarom betaal ik uit eigen portemonnee de huur, het vlasstro en de paaltjes? Waarom loop ik de benen uit mijn lijf om folders door de brievenbussen te gooien? Ik woon hier niet eens.

Inspanningen voor onze voedselvoorziening

Omdat dit mijn werk is. Mijn missie. Om mij in te spannen voor onze voedselvoorziening. Om mensen te informeren: ons eten komt uit de supermarkt, uit verwegistan. Dure zeecontainers en hoge energieprijzen moeten dat naar Nederland brengen, terwijl onze eigen landbouwgrond grotendeels gebruikt wordt voor zonneweides, windparken, natuurgebieden en giga grote bedrijven.

Claim je grond

Gelukkig hoeven wij niet machteloos staan te kijken hoe grote organisaties alles voor ons bepalen. We kunnen wel iets doen: onze eigen grond claimen voor onze voedselvoorziening. Niet wachten op de politiek, maar zelf doen. De grote boze wereld verander je er niet mee, maar je eigen kleine wereld wel. Alle beetjes helpen. Met als bijkomend plezierige effect: ontstressen en nieuwe vriendschappen sluiten met buurtgenoten die je niet eens bij naam kent. Sociale verbinding, noemen politici dat. Cohesie, leefbaarheid. En die moestuin? Dat is circulair en duurzaam, inclusief en ga zo maar door.

Onafhankelijk zonder subsidies

Nou, laat die kretologie maar zitten. Die hebben we niet nodig want we doen geen subsidie aanvraag. Geen projectplan, geen haalbaarheidsonderzoek, geen rapportage, maar gewoon een schop in de grond en even hallo zwaaien naar omwonenden. Onafhankelijk. Dus ik hoef dat nieuwerwetse taaltje ook niet in de mond te nemen. Daar heb ik gewoon geen tijd voor.

Maar is dit dan niet een prestigeproject voor Beatrice Oosterhoff? Ben je mal. Nieuwe gebruikers sluiten gewoon hun eigen huurcontractje af met de Volkstuinvereniging Oldambt. Zodra het leeft en borrelt en bruist, laat ik het lekker los. Van de Volkstuinvereniging krijg ik een restitutie. En ik zoek een nieuw stukje om deze aanpak weer uit te proberen. Onafhankelijk. Wie doet me wat.

Buurt na buurt, lapje grond na lapje grond

Want grond moet productief gemaakt worden. En ik wil niet wachten op de grote jongens uit de overheid, de politiek en NGO's. We doen het lekker zelf wel. Veel leuker. En zelfredzaam. Meer uit eigen grond, minder uit de supermarkt. Buurt na buurt, lapje grond na lapje grond.

Ook aan de slag met dat stuk groen in je buurt? Neem contact met me op, kijk de kunst van me af, leer van mijn fouten en pas je plan aan. Ga lekker aan de slag in je eigen buurt.

De verkiezingsstrijd is losgebarsten. Dertien politieke partijen in Oldambt knokken om een plekje in de volgende gemeenteraad. Hun uitgekiende verkiezingsprogramma’s moeten de kiezers ervan overtuigen dat juist deze partij het verschil gaat maken: het leven in de gemeente Oldambt kan zoveel beter, makkelijker, goedkoper, eerlijker voor iedereen. En elke vier jaar zoekt ongeveer de helft van de Oldambsters hun weg binnen het gevarieerde aanbod van beloftes. Kiezen maar.

Het thema waar je weinig over hoort: ons voedsel

Maar wat vindt iedereen belangrijk? Wat moet er allemaal gebeuren in Oldambt? Elke politieke partij benadrukt wel iets dat ons allemaal aan het hart gaat: wel of geen eindeloze rijen zonnepanelen in het landschap, wel of geen gas, meer of minder industrie, sport, bereikbaarheid, schuldhulpverlening, onderwijs  - maar er is één thema waar je weinig over hoort. En dat is ons voedsel.

Een gewaagde stap

Beatrice Oosterhoff hoort eigenlijk bij de helft van kiesgerechtigden die nooit stemt. Ze had niet het idee dat ze met haar stem een verschil kon maken. Totdat ze erachter kwam dat iedereen van 18 jaar en ouder een passief kiesrecht heeft. Ze besloot om een gewaagde stap te nemen: waarom niet het platform van de verkiezingen inzetten voor een urgente zaak waar bijna niemand het over heeft? Niet het strijden om stemmen, maar aandacht vragen voor een zaak van levensbelang: voedselzekerheid. Dus werd zij de veertiende naam op de kieslijst, maar dan zonder partij. Een vreemde eend in de bijt, maar wel met een belangrijke missie.

De volgende shock?

Want wij zijn in Oldambt voor ons voedsel erg afhankelijk van factoren waar wij geen vat op hebben. De coronamaatregelen bijvoorbeeld: verplichte quarantaines verstoren onze voedselproductie. Maar ook het importeren van ons eten wordt steeds moeilijker. De corona heeft roet gegooid in ons zeecontainervervoer, en verder krijgen we steeds meer te maken met stijgende prijzen: energie en grondstoffen worden snel duurder. Alleen voelen we dat nog niet optimaal in onze portemonnee, maar dat gaat wel komen. Verder kunnen we stokkende importen verwachten vanwege droogte, overstromingen en ongedierteplagen in landen waar ons voedsel vandaan moet komen. Door haar werk als onderzoeker heeft Beatrice een schokkende lijst van bedreigingen voor onze voedselvoorziening ontdekt. En zij is niet de enige. Bart de Steenhuijsen Piters van Wageningen University & Research vat het samen: “COVID-19 heeft ons wakker geschud. Je zag paniek in Nederland zodra de eerste lockdown was afgekondigd. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog begonnen mensen te hamsteren.” Hij voorspelt: “De volgende shock kon nog wel eens iets heel anders zijn dan de huidige pandemie”. Ook de Verenigde Naties waarschuwen over toekomstige voedseltekorten.

Allemaal aan de slag voor ons eten

Hier en daar wordt al veel werk verzet. Zo is de stad Groningen bijvoorbeeld erg actief op het gebied van voedselbeleid, en hier in Oldambt kennen wij o.a. de Graanrepubliek in Bad Nieuweschans en proefboerderij de Ebelsheerd in Nieuw Beerta waar gekeken wordt naar nieuwe manieren van voedselteelt- en productie. Toch moet er meer gebeuren, veel meer. Niet alleen gespecialiseerde organisaties, maar iedereen kan een steentje bijdragen. Wij kunnen allemaal aan de slag om onze talenten, ideeën en middelen in te zetten voor ons eten.

Onze lokale voedselketen moet de hoogste prioriteit krijgen

Beatrice Oosterhoff wil onze lokale voedselketen de hoogste prioriteit geven. Bestaande initiatieven steunen, mensen met elkaar in contact brengen en voedselproductie meer en beter op de kaart te zetten door het stimuleren van volkstuinen, moestuinen, schooltuinen, voedseltuinen en wat nog meer mogelijk is. En waar bestaande organisaties de voedselvoorziening op een structurele manier aan willen pakken, gelooft Beatrice dat de burger ook veel kan doen. Maar dat moet wel gestimuleerd worden.

U mag haar uw stem geven. Maar het hoeft niet. Want de gemeenteraad is niet het enige platform waar veel werk verzet kan worden. Iedereen kan een schop in de grond zetten. Dat kunnen we allemaal samen. Maar het begint met het onderkennen van het probleem: onze supermarkten kunnen zomaar leeg raken door onverwachte ontwikkelingen. Wat gaat u daaraan doen?

(Dit artikel wordt in de Verkiezingskrant voor Oldambt geplaatst)

Als iemand verkozen wordt tot raadslid, dan moet een eed afgelegd worden. Wat houdt dit in, en wat is een eed eigenlijk? We hebben een mooi voorbeeld uit onze geschiedenis: een eed uit het jaar 1565, vlak voor de tachtigjarige oorlog, voordat Nederland een koninkrijk was. Hier het verhaal erachter:

Koning zet adel aan de kant, de adel pikt het niet

De Nederlandse edelen stonden in de jaren zestig van de 16e eeuw voor een dilemma. Er moest een keuze gemaakt worden. Want moesten ze doen? Trouw blijven aan de eigen politiek van tolerantie tegenover de protestanten? Of trouw blijven aan de Spaanse koning Philips II die met zijn Inquisitie de protestanten vervolgde?

Nederland was toen nog geen onafhankelijk koninkrijk, maar onderdeel van het grote keizerrijk van Karel V. Na diens aftreden in 1555 bestuurde zijn zoon Filips II de Spaanse gebieden van het keizerrijk, waar de Nederlanden onder vielen. Filips besloot om de Nederlandse edelen zo veel mogelijk te vervangen door een legertje ambtenaren. Het gevolg was dat de edelen een deel van hun macht en hun inkomen kwijt waren. Hoe gingen ze dit aanpakken? Daar was een kartrekker voor nodig. En dat was de edelman Hendrik van Brederode.

Adel sluit verbond en legt eed af

Van Brederode sloot zich in 1560 bij de boze groep edelmannen aan. Hij was al kritisch op de rijkdom van de katholieke kerk: het volk bleef arm terwijl de geestelijken er warmpjes bij zaten. Maar Brederode was ook fel tegen het wreed vervolgen van Protestanten. Hij koos openlijk voor het nieuwe geloof, en liet de middel en lage adel bijeenkomen op kasteel Batestein in Vianen. Daar werd besloten een verbond te sluiten om samen aan een petitie te werken om de Inquisitie af te laten schaffen en de Protestanten vrij te laten in hun geloof. Desnoods met een gewapende opstand. Dit verbond kreeg de naam Eedverbond van de Edelen. Ze legden allemaal een eed van trouw af. Van Brederode ondertekende als één van de eersten dit verbond. En zoals gebruikelijk in die tijd werd hun eed om hun gezamenlijk doel na te streven afgelegd in bijzijn van God:

…wij hebben aangeroepen de allerheiligste God, schepper van hemel en aarde, als een rechter en onderzoeker van ons geweten en onze harten…

Hoe het afliep kun je hier lezen:  Grote Geus leidt de Opstand

De eed drie eeuwen later

Bij het aanstellen van een gemeenteraad wordt nog steeds dezelfde traditie in ere gehouden als in de 16e eeuw gebruikelijk was, maar in een iets aangepaste versie. De kersverse gemeenteraadsleden moeten net als Brederode en zijn edelen destijds plechtig beloven om loyaal aan de zaak te zijn en zich hiervoor met eer en geweten in te zetten. Vandaag de dag gebeurt dat met de volgende eed:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"

Oorspronkelijk was een eed een gelofte die afgelegd werd in aanwezigheid van een hogere macht. Bij het niet nakomen van de gelofte moest verantwoording afgelegd worden aan die hogere macht. Er zou dan een ‘doem’ oftewel een oordeel volgen: een consequentie van het niet nakomen van de gelofte. ‘Moge God mij verdoemen (veroordelen) als ik dit of dat niet doe’ is op deze manier verbasterd tot een vloek. Zo’n gelofte woog zwaar, en het is dus begrijpelijk dat er bij gezegd mocht worden: “Zo helpe mij God Almachtig”.

Laat uw ja ja zijn

Er is intussen heel wat veranderd en doorontwikkeld vanuit deze oude traditie. Zoals in bovenstaande tekst te zien is, mag een raadslid voor zijn of haar beëdiging bijvoorbeeld een keuze maken om er al dan niet een hogere macht bij te betrekken. Bijvoorbeeld als je niet in een hogere macht gelooft, of wanneer je wel in God gelooft maar wilt toepassen wat er in de Bijbel staat: “Zweer geen enkele eed, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee, anders zult u veroordeeld worden”. Ikzelf geloof in God, en vind het Bijbelse advies van deze apostel Jacobus dus een prima tip. Daarom zou ik ervoor kiezen om wanneer ik iets plechtig wil beloven, dat eerlijk en oprecht te doen maar geen oordeel over mijn menselijk falen af te roepen als dat niet nodig is. Ik doe gewoon mijn best om mijn woord na te komen. Met mijn hand op mijn hart.

Rommeltje

Wat ik overigens wel interessant vind, is dat God Almachtig klaarblijkelijk wel door de overheid erkend wordt. Anders kon je geen eed afleggen waarbij je Hem aanroept! Je mag bijvoorbeeld niet Allah, Boeddha of Gaia aanroepen. Die worden door onze overheid, dus ook door onze gemeente Oldambt niet erkend. Gelukkig mogen andersgelovigen wel hun hand op hun hart leggen en op eigen naam plechtig beloven dat ze eerlijk, fair en naar hun beste vermogen hun taken uit zullen voeren. Een elegante oplossing. Want anders zou het maar een rommeltje worden met al die goden die elkaar voor de voeten lopen.

Ik krijg regelmatig een mailtje van de griffie van de gemeente Oldambt. Dat zijn de professionele regelneven, doorgeefluiken en vraagbakken: zeer efficiënt en voor mij ook handig als ik niet weet waar ik met mijn vragen terecht kan. Welnu, ik kreeg van de griffie een verzoek om verkiezingsposters aan te leveren. "We gaan uw verkiezingsposters voor u plakken. Dat mag u niet meer zelf doen, tenminste niet op onze officiële borden, vanwege corona". Daar werd ik even stil van. Door het oog van de naald, dacht ik nog. Maar nu moest ik dus heel snel een verkiezingsposter bedenken.

Hoe ontwerp je een verkiezingsposter die iets over je zegt? Dat is heel lastig. Dus besloot ik om gewoon te zeggen wat het is: zelfs een marsmannetje moet kunnen zien dat ik onafhankelijk ben, dat ik me als kandidaat verkiesbaar stel, en dat het gaat om de gemeenteraad. Dus ik hou het lekker simpel. Geen motto of slogan zoals de Amerikanen dat zo graag doen. Geen foto van mezelf. Maar gewoon een aankondiging dat ik meedoe. Verder geen woorden over vuil maken, daar zijn andere platforms voor.

Gelukkig mag ik gebruik maken van de diensten van een professioneel graficus. Samen hadden we al een mooi logo ontwikkeld, en met een paar kleurenaanpassingen voor de website knalde het resultaat ons al tegemoet. De opdracht ging naar Afeer Druk en Print, en in een mum van tijd lag het mooi verzorgde resultaat op de keukentafel. Die kunnen deze week mooi naar het inleverpunt van de gemeente. Om keurig volgens de coronamaatregelen op de borden geplakt te worden. Want je kunt maar niet voorzichtig genoeg zijn.

En dan de teksten voor de verkiezingskrant. Dat vind ik echt leuk om te doen. Jip en Janneketaal. Kort en krachtig, geen wollige woorden maar gewoon eruit knallen wat ik zo belangrijk vind. Een poster is maar voor even, maar de boodschap moet langer blijven plakken! Met een makkelijk voorzetje van de gemeente kon ik zo de zinnetjes af maken:

Lijsttrekker omdat…

Wij ons moeten voorbereiden op moeilijke tijden met dreigende voedseltekorten. Stijgende prijzen, klimaatverandering, productieproblemen door corona – ik trek nu aan de bel. Deze verkiezingen zijn heel geschikt om dit belangrijke onderwerp onder de aandacht te brengen.

Daarnaast laat ik zien dat iedereen vanaf 18 jaar zich verkiesbaar mag stellen: dat is je passieve kiesrecht. Kijk mee over mijn schouder en leer van mijn ervaring als onafhankelijk kandidaat zonder partij. En misschien durven meer mensen dat aan bij de volgende ronde!

Politiek voorbeeld  

Charles Lathrop Pack. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en in de Grote Depressie van 1928 pakte hij dreigende voedseltekorten aan. De zogenaamde Victory Gardens: overal in Amerika, Engeland en andere Engelstalige landen werden moestuinen aangelegd. Met groot succes. Het volk kreeg weer moed en de voedselproductie ging omhoog.

Speerpunten verkiezingen

Maak Oldambt voedselonafhankelijk. Wacht niet tot de supermarkten leeg zijn maar zet nu een schop in de grond. Met je familie, met de buurt, met collega’s. Moestuinen, volkstuinen, schooltuinen en voedseltuinen – samen aan de slag, samen in beweging in de buitenlucht en samen ontstressen. Particulieren, ondernemers en organisaties moeten ruimte en hulp krijgen om samen ervoor te zorgen dat Oldambt altijd te eten heeft, wat er ook gebeurt.

Meer geld voor…

1: Voorlichting. Een klein risicowijzer foldertje op het gemeentehuis is niet genoeg. Een complete campagne om Oldambt voedselonafhankelijk te maken 2: Cursussen, trainingen, moestuincoaches en meer schooltuincoaches 3: Grondverbetering en voorzieningen bij verwaarloosde percelen om ze geschikt te maken voor moestuinen en volkstuinen. 4: Betaalbare grond voor commerciële voedseltuinen zonder dat gemeentegrond die oorspronkelijk voor volkstuinen bedoeld was eraan opgeofferd wordt.

Minder geld voor…

Prestigeprojecten en het binnenhalen van internationale concerns. Gebruik het geld voor het sterker maken van de lokale economie. En voor het steunen van lokale ondernemers die door de coronamaatregelen keihard getroffen zijn.

Nu schrijf ik in dit dagboekje nogal luchtigjes over alles wat er komt kijken bij het meedoen aan de verkiezingen. Maar de kern van de zaak is een serieuze waarschuwing aan mijn medemens, en daar til ik wel heel zwaar aan. Zet een schop in de grond! Die boodschap moet blijven plakken. Nu kan het nog.

Ziezo. Nu dat alle formaliteiten afgerond zijn, kan ik echt van start met een belangrijke boodschap voor Oldambt: onze voedselvoorziening staat op losse schroeven. Wat gaan wij er aan doen? Het volgende artikel komt uit de Voedselkrant van juli 2021, maar is nog net zo actueel en misschien wel nog urgenter:

Hoe corona gevolgen kan hebben voor ons eten

Het lijkt intussen lang geleden, maar iedereen kan zich nog wel herinneren hoe de corona crisis meer dan een jaar geleden tot onze voordeur kwam. Opeens was al het toiletpapier uitverkocht. Ook ging men pasta, blikken bonen en bloem hamsteren. De meeste voorraden werden al snel wel weer aangevuld, maar sommige producten bleken lastig te verkrijgen. Zoals gist. “Alle bakproducten waren snel uitverkocht,” legde een vakkenvuller bij de Jumbo uit. “Een combinatie van hamsteren en thuis zitten met niets te doen, dus iedereen ging bakken”.

Gaten in de schappen
In de loop van 2020 herstelde de aanvoer redelijk goed, maar anno 2021 lijkt het erop dat het
strenge testbeleid langdurige gevolgen gaat hebben voor de beschikbaarheid van ons eten.
Onlangs moest slagerij Frederique in Winschoten vijf dagen dicht omdat een medewerker
positief voor corona was getest. Veel andere ondernemers moeten nu schipperen om met
genoeg ‘coronavrij’ personeel open te kunnen blijven. Ook boerenbedrijven maken zich ook
zorgen over hun personeelbestand tijdens de oogst. Hoe zeker kunnen we zijn dat alles op ons
boodschappenlijstje zoals vanouds beschikbaar blijft?

Voedselvoorraadje
Het geeft reden tot nadenken. Vroeger had iedereen een moestuin en een kelder vol weckpotten. Vandaag de dag zijn de kelders leeg of staat er alleen een CV ketel. Maar geen bakken met aardappelen, geen ingemaakte sperziebonen en geen kersen op sap meer. Waarom zou je als je deze makkelijk en goedkoop bij de Lidl of de Jumbo kunt halen? Toch
komt er geleidelijk aan weer meer belangstelling om op de ouderwetse manier een voedselvoorraadje aan te houden. Reformzaken verkopen meer producten in grotere verpakkingen, en Blokker en Action merken dat er meer vraag is naar weckpotten met benodigdheden. Een mooi gevulde voorraadkast geeft rust. Het is een soort verzekering mocht er iets onverwachts gebeuren. En deze investering is nooit weg: hij kan altijd nog opgemaakt worden. Met een eigen moestuin en een fatsoenlijke voedselvoorraad ben je minder afhankelijk van onverwachte ontwikkelingen in de wereld zoals coronanatuurrampen en financiële tegenslagen.

Foto boven: lege schappen in de Soviet Unie. De meeste Russen hadden een fatsoenlijke moes- of volkstuin, ook bekend als dacha tuinieren. Zelfvoorzienend: Russen voorkomen hongersnood door moestuinieren. Wij moeten ook allemaal aan de slag. Het wordt hoog tijd dat we onze voedselonafhankelijkheid vergroten en altijd iets hebben om op terug te vallen.

Ik wil daarom deze verkiezingsperiode goed benutten om iedereen te motiveren om een schop in de grond te zetten. Meer uit eigen tuin, minder uit de supermarket.

Ik mag zonder mondkapje niet het gemeentehuis binnen komen. Wel als ik een medische verklaring kan overleggen, maar daar ga ik niet mee akkoord. Ik zou een lange lijst van legitieme redenen kunnen opnoemen waarom ik geen mondkapje draag, maar dat doe ik niet. Voor mij is alles samengevat in dat ene zinnetje: ik ga niet akkoord. Ook al zijn mijn redenen helemaal acceptabel volgens de altoos wisselende 'afspraken' die aan iedereen opgelegd worden. Dus ben ik genoodzaakt om het opstellen en openbaar maken van de kieslijst thuis aan de keukentafel te bekijken via een live link. Want ik ga niet akkoord met het dragen van een mondkapje. En ook niet met het 'bewijzen' dat je een uitzondering mag zijn volgens de heersende politieke edicten. Ik hoef niets te bewijzen want ik ga niet akkoord.

De zitting van het centraal stembureau is zojuist afgerond. Alle formaliteiten werden keurig netjes door burgemeester Cora-Yfke Sikkema afgehandeld: aan alle regels is voldaan. Vervolgens werd het eerste deel van de kieslijst opgenoemd: de partijen die al eerder zetels hadden behaald, op volgorde van aantal zetels. Daarna kwam de loting voor de overige posities op het stembiljet: partijen die voor het eerst meedoen. Dat waren er vier: GROENLINKS, Belang van Nederland, PVV en volgens de regeltjes moet er 'BLANCO' staan op het veld waar anders de naam van een partij zou komen, gevolgd door het enige lid van de niet-bestaande partij, mijzelf dus.

Vier smurf-blauwe plastic eieren lagen klaar. En vier papiertjes met de namen van de nieuwkomers. De burgemeester liet als een volleerd goochelaar alle papiertjes zien voordat ze deze één voor één opvouwde en in een ei stopte. De gevulde eieren gingen in een glazen bak, even omgeroerd en één voor één weer tevoorschijn getoverd, opengemaakt en voorgelezen. Nummers 11, 12, 13 en 14 zijn nu bekend, met partij BLANCO Oosterhoff, B. als hekkensluiter.

Gaat dat echt zo absurd? Ik lees deze tekst nog eens over, jawel, zo is het proces: je wordt als het ware als smurf uit een ei getoverd. Zonder mondkapje. Want in de raadszaal schijnt het wel te mogen ondanks dat het een openbare ruimte is. Had ik dus prima bij kunnen zijn en mijn gezicht laten zien. Behalve dan die grote bewaker bij de ingang, want die had mij gewoon weer buiten de deur gezet. Smurf of geen smurf.

Wat heb ik heerlijk gegeten gisteravond. In een restaurant. Met vriendelijke bediening en een uitstekend verzorgde maaltijd. Is dat zo bijzonder? Voor Oldambsters zonder QR code wel. Want deze horeca ondernemer stond voor een lastige keuze: wat doe je als er een partij van twintig gasten voor de deur staan, waarvan er zeventien een QR code hebben en drie niet?

Optie 1: weiger de drie ongeprikten de toegang. Maar dan ben je twintig couverts kwijt, want ze vertrekken allemaal. Optie 2: laat ze allemaal naar binnen en riskeer een fikse boete.

Hoe dan ook, een horecaondernemer delft uiteindelijk het financiële onderspit, wat hij ook kiest.

Maar deze ondernemer zocht uit wat er nu werkelijk in de wet staat. (Hier een korte uitleg van de wet) Dus toen de onvermijdelijke BOA's onlangs onuitgenodigd binnenvielen en eisten om per tafeltje de QR codes van de gasten te checken, kregen ze haarfijn te horen dat ze niets te zoeken hebben op privé adressen. Want dat is een restaurant - het is geen openbare ruimte. Gelukkig hadden deze meneren wel respect voor een gespierde burger die zijn mannetje staat en de wet kent. Ze vertrokken.

Het gaat mij aan het hart. Kapsalons, schoenenzaken, de horeca, kledingzaken, interieurzaken - allemaal lijden ze schade. Omzetverlies, vaste klanten die niet meer terugkomen, de ene financiële strop na de andere want de hypotheek, huur, verzekeringen en salarissen moeten wel doorbetaald worden. Terwijl de omzet grotendeels naar supermarkten gaat. Om niet of nauwelijks weer te komen als de horeca weer open mag. Kan iemand mij uitleggen wat dit nog met de volksgezondheid te maken heeft?

Mijn gezondheid heeft in ieder geval een boost gekregen, dankzij een hartelijke restauranteigenaar die mij met zijn warme ontvangst zo op mijn gemak stelde dat alle ziekmakende stress eventjes mijn lijf verliet.

Om op de kieslijst te komen heb je twintig ondersteuningsverklaringen nodig. Van inwoners van Oldambt die 18 jaar of ouder zijn. Dat is intussen gelukt. Ondanks een paar tegenslagen kreeg ik toch de twintig felbegeerde formulieren binnen, of beter gezegd: negentien. Want de oorspronkelijke enthousiaste bijval van een aantal mensen verdampte al snel toen men besefte dat een gang naar het gemeentehuis vereist was om een ondersteuningsverklaring in aanwezigheid van een ambtenaar te ondertekenen. Toch waren er een paar verrassingen: anderen die zich zeer kritisch naar mij opstelden, gunden mij wel de kans om op de kieslijst te komen. Ze namen tijd vrij van hun drukke werkzaamheden en togen voor mij naar het gemeentehuis. Zoiets vergeet je niet gauw.

Bij de twintigste ondertekening was nog wel een voorval waardoor mij bijna de kans ontnomen werd om gebruik te maken van mijn passieve kiesrecht. Na meerdere probleemloze bezoeken aan het gemeentehuis zonder mondkapje (want daar doe ik niet aan), werd mij op de valreep, net voor het inleveren van de formulieren, de toegang ontzegd door een grote bewaker. Dezelfde bewaker waar ik een paar uur eerder grapjes mee had gemaakt toen hij zijn mondkapje af deed om in de publieke ruimte zijn koffie te drinken. "Je zou een ritsje moeten hebben in dat mondkapje", plaagde ik hem nog, en hij moest zelf om die absurditeit lachen. Toch blokkeerde hij diezelfde middag voor mij de toegang. Weg was de vriendelijkheid. En weg was mijn kans om de twintigste verklaring van mijn reeds binnengelaten ondersteuner te ontvangen. Had ik dat niet kunnen zien aankomen?

Helaas weet je van het ene moment op het andere niet waar je aan toe bent op het gemeentehuis. Een week geleden beenden ambtenaren met bloot gezicht nog door de gangen terwijl het publiek zich schuchter met gekneveld gezicht voorzichtig een weg zocht tussen de regels door. Mag ik hier wel staan? Of moet ik langs de kant? Nee? Oh goed, ik moet op de bank gaan zitten totdat ik geroepen word.

Dan die afspraak die ik een dag eerder had met een jurist. Al bij de kennismaking bij de receptie kwam er een scherpe reactie van achter het mondkapje: mevrouw, u mag hier, in deze publieke ruimte, niet zonder bescherming komen. "Nou, dan gaan we toch oplossingsgericht op de gang staan? Dat is geen publieke ruimte meer" suggereerde ik, en in een mum van tijd bevond ik mij met hem in een spreekkamer en borg hij zijn eigen mondkapje op.

Mondkapje op, mondkapje af, wel verplicht, nee het is een advies, of toch verplicht maar alleen op deze plek, gaat u even opzij mevrouw, nee niet daar, hier!

Dankzij de snelle reactie van het verkiezingsbureau kon ik op de valreep toch nog binnengeloodst worden, als een illegale verstekeling op een schip. Via de achterdeur. Misschien mag ik de volgende keer door het raam klimmen. Want anders vallen er bosjes doden. En dat wil niemand.

En die twintigste ondersteuning? Die mocht ik zelf ondertekenen. Want je mag jezelf ondersteunen. En daarmee waren alle absurditeiten compleet.

Het is een wervelwind van een week geworden. Zat ik aan het begin van de week nog met mijn handen in het haar: een laptop die niet goed werkte, verkiezingssoftware die zich niet liet downloaden, formulieren die zich niet lieten invullen en intussen glipte de tijd tussen mijn vingers door – nu ik terugkijk zie ik dat ik toch wel veel hulp heb gekregen. De eerste prille voorbereidingen van een kandidaat raadslid-in-spé.

Nu is het vrijdag en alles is wonderbaarlijk goed gekomen. Ik heb een nieuwe laptop, de software is na veel hangen en wurgen geïnstalleerd, de formulieren zijn door het Verkiezingsbureau goedgekeurd en afgedrukt en ik heb intussen een getalenteerde webdesigner die in een mum van tijd deze site voor me heeft opgezet. We gaan als het goed is van week tot week mooie verbeteringen zien naarmate teksten, vormgeving en middelen hun plek gaan vinden. Voor begeleiding op het gebied van time management wordt nu ook gezorgd, en de warme reacties uit mijn netwerk geven mij de moed om door te gaan.

Zo simpel is het dus om op de kieslijst te komen:

Op maandag 31 januari 2022 overhandig ik dit stapeltje formulieren officieel aan het Verkiezingsbureau. Deze geloofsbrieven worden de dag daarop keurig netjes gecontroleerd door het Centraal Stembureau, waarna er per lot de positie van nieuwe kandidaten op de lijst wordt bepaald. Dan pas worden de kandidaten bekend gemaakt.

Nog maar één week dus. Dat moet genoeg zijn om deze website goed neer te zetten en om mijn gedachten en plannen verder uit te kristalliseren.

Meer weten over hoe je bij de volgende verkiezingen kunt meedoen? Kijk dan eens op de website van de Kiesraad. Bij de gemeente Oldambt verzorgt het Verkiezingsbureau alles wat er bij deze gemeenteraadsverkiezingen komt kijken.

Afgelopen vrijdag maakte ik € 225 over op rekening van de gemeente Oldambt - het startsein van mijn aanmelding als kandidaat raadslid. Zo makkelijk is de eerste stap dus.

Daar ging wel een slapeloze nacht aan vooraf, want wat weet ik nu van de politiek? Ik ben nog nooit lid geweest van een politieke partij en heb zelfs nog nooit gestemd. Ik zag het gewoon niet zitten om iemand toestemming geven om mij te vertegenwoordigen zonder dat ik hem of haar goed ken, laat staan de partij achter de persoon. Daarnaast had ik al helemaal geen kijk op de uitkomst van eventuele coalities en handjeklap in achterkamertjes. Het kleine beetje politiek dat ik van een veilige afstand bekeek leek mij allemaal maar één grote onoverzichtelijke brei, één grote poppenkast. Nee, ik had absoluut geen zin om daar ingezogen te worden. En toch…

Het begon eigenlijk ruim twee jaar geleden met een cursus Politiek Actief in Roden, in de gemeente Noordenveld. Manlief had mij al dagen aan de kop gezeurd – dat is echt iets voor jou, je bent daar gewoon heel geschikt voor – dus uiteindelijk gaf ik toe en was één van de laatste aanmeldingen.

De cursus bleek heel boeiend, dat was een verrassing. Vooral toen ik ontdekte dat je als burger best wel interessante middelen tot je beschikking hebt om in de gemeente je stem te laten horen. Van het aansluiten bij een partij of belangenorganisatie tot het zelf oprichten van een partij. Het recht om aan het woord te komen tijdens een openbare raadsvergadering. Hoe je de media kunt inzetten om je standpunt kracht bij te zetten tot zelfs burgerlijke ongehoorzaamheid toe. Ook de ingewanden van het gemeentelijk apparaat waren nuttig om te bestuderen. Hoe een zogenaamde notitie tot stand komt, of een kijkje in de begroting.

Ik sloot de cursus af met een mooi bewijsje en ging weer door met mijn leven. Vertalen, Engelse taaltrainingen geven, Engelse teksten schrijven en voor elke discipline veel achtergrondresearch – allemaal leuke opdrachten voor een tweetalige ZZP’er die lekker thuis aan de eetkamertafel zit te werken.

En toen kwam de corona en stond ons leven op de kop. Wat ik daar allemaal van vind komt een andere keer wel. De maatregelen waren amper over ons afgeroepen, maar we moesten wel aan de slag met onze verhuizing naar Winschoten om dichter bij het werk van mijn man te zijn. Ons huis was snel verkocht, en we huurden tussendoor een woning in Winschoten. Daarna konden we een huis in Beerta kopen en begonnen we eindelijk onze dozen uit te pakken. Totdat de lockdown voorbij was en het zware verkeer voor ons huis langs begon te denderen – daar hadden we geen rekening mee gehouden. Gelukkig konden we een huis op een rustig plekje in Bad Nieuweschans kopen. Eindelijk weer ruimte voor een nieuwe uitdaging.

Die liet niet lang op zich wachten. “Doe je mee aan de gemeenteraadsverkiezingen?” vroeg onze goede vriend Jannes Koetsier. “Nee dank je, ik wil geen lid van een partij worden, daar ben ik te onafhankelijk en eigengereid voor” was mijn antwoord. “Maar ik wil je wel steunen”. Koetsier ging ijverig aan de slag met het Forum voor Democratie om zich kandidaat te stellen. Helaas besloot het Forum er van af te zien om mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Oldambt. “Zullen we dan maar zelf een partij oprichten? Hoe moeilijk kan het zijn – gewoon wat standaard notulen downloaden van internet, naar de notaris, inschrijven bij de Kamer van Koophandel en hoppakee, in de startblokken! Doe je mee?” vroeg Koetsier. Maar voordat ik daar goed over nagedacht had, bleek de uiterste datum voor aanmelding van een partij al verstreken.

Nu bleef er nog maar één mogelijkheid over, en laat dat nu de enige optie zijn die mij aansprak: zelf, op eigen naam en zonder partij je verkiesbaar stellen als gemeenteraadslid. Waarom mij dit een mooie uitdaging leek vertel ik in mijn volgende blog. Maar vandaag heb ik mijn handen vol om verkiezingssoftware te installeren en formulieren in te vullen. Ook verwacht ik een ontwerpje voor een huisstijl en beeldmerk van een grafisch ontwerper die mij zijn diensten aanbood. Morgen schrijf ik weer verder. Kijk rustig mee over mijn schouders, want wie weet is dit ook iets voor u in de toekomst.

Copyright © 2022 Dagboek van een kandidaat raadslid
crossmenu